ECLI:NL:CRVB:2008:BC5525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant, voormalig timmerman en versjouwer van pallets, viel in 2003 uit vanwege gezondheidsproblemen waaronder hartklachten, diabetes en rugklachten. Het UWV stelde op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en het Claimbeoordelings- en Borgings Systeem (CBBS) vast dat appellant geschikt was voor bepaalde functies en geen recht had op WAO-uitkering.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn gezondheid was verslechterd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Het UWV erkende echter dat de motivering van het besluit niet voldeed aan de jurisprudentie.
De Raad vernietigt het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat de in hoger beroep verstrekte toelichting nu wel voldoet. De Raad wijst erop dat appellant geen medische gegevens heeft ingebracht die de beoordeling van zijn beperkingen onderbouwen en dat de korte duur van het onderzoek niet automatisch betekent dat het onzorgvuldig was.
Appellant kan een nieuwe aanvraag indienen voor een WAO-uitkering op basis van zijn recente verslechtering. Het UWV wordt verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.