ECLI:NL:CRVB:2008:BC5481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding bij AOW-besluit afgewezen
Appellant, met Turkse nationaliteit en woonachtig in ’s-Hertogenbosch, maakte bezwaar tegen een AOW-besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) dat hem een pensioen toekende op basis van een gezamenlijke huishouding met een partner ouder dan 65 jaar. De Svb had het besluit verzonden naar het adres van de partner in [plaatsnaam], terwijl appellant op zijn eigen adres in ’s-Hertogenbosch woonde.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, omdat appellant niet binnen een redelijke termijn na bekendmaking bezwaar had gemaakt. In hoger beroep betwistte appellant dit oordeel en stelde dat het besluit niet op de juiste wijze was bekendgemaakt.
De Raad stelde vast dat de Svb aannemelijk had gemaakt dat het besluit op 15 april 2004 naar het juiste adres van appellant was verzonden en dat ook de gemachtigde van appellant een afschrift had ontvangen. Hierdoor was het besluit op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt en was de bezwaartermijn van zes weken op 12 mei 2005 gaan lopen. Het bezwaar van appellant, ingediend op 15 september 2005, was daarmee niet tijdig. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het AOW-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.