ECLI:NL:CRVB:2008:BC5360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verlaging openstaande vordering op grond van de Algemene bijstandswet
Appellante ontving tussen oktober 2000 en januari 2002 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na afwikkeling van de boedelscheiding en verkoop van de woning vorderde de Regionale Sociale Dienst (RSD) op grond van artikel 82 Abw Pro de kosten van bijstand terug, een bedrag van €25.749,25. Appellante maakte hiertegen geen bezwaar.
In mei 2005 verzocht appellante om verlaging van de openstaande vordering, stellende dat gemaakte kosten voor rechtsbijstand, levensonderhoud en tandartskosten in mindering hadden moeten worden gebracht. De RSD wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing in november 2006.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek tot verlaging neerkomt op een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit, hetgeen niet kan worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De door appellante aangevoerde kosten waren reeds bekend en hadden eerder ingebracht kunnen worden. Er is geen reden voor proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot verlaging van de openstaande vordering bevestigd.