ECLI:NL:CRVB:2008:BC5298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van der Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid ondanks CVS-klachten
Appellant ontvangt sinds zijn 18e een WAJONG-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 14 maart 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid volgens hen minder dan 25% bedroeg. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat zijn chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) onvoldoende werd meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de medische stukken die appellant in hoger beroep aanvoerde, waaronder een verklaring van een arts en een medisch rapport uit Gent, niet tijdig zijn ingediend en daarom buiten beschouwing blijven. Het UWV heeft de beperkingen van appellant beoordeeld aan de hand van verzekeringsgeneeskundig onderzoek, dat niet onzorgvuldig werd bevonden.
Hoewel appellant stelde dat het UWV rekening had moeten houden met een motie die CVS als erkende aandoening benoemt en individuele beoordeling vereist, heeft het UWV inmiddels een werkinstructie opgesteld en zal het verzoek om herkeuring alsnog worden behandeld. De Raad vindt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat appellant geschikt is voor bepaalde functies en dat het verlies aan verdiencapaciteit ontbreekt. De intrekking van de WAJONG-uitkering blijft daarom in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAJONG-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt is.