ECLI:NL:CRVB:2008:BC5148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- L.F.M. Verhey
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij verkoop van pups
Appellante ontving bijstand sinds maart 2003 en werd door het College van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland bij besluiten van februari en maart 2005 geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand vanwege het niet melden van inkomsten uit het fokken en verkopen van rashonden.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep constateert dat de rechtbank niet volledig heeft beslist over het beroep tegen de intrekking vanaf november 2004, waardoor de uitspraak wordt vernietigd.
De Raad stelt vast dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden door niet tijdig en volledig te informeren over haar inkomsten uit de verkoop van pups. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was het College bevoegd de bijstand over de periode maart 2003 tot november 2004 in te trekken en terug te vorderen.
Voor de periode vanaf november 2004 tot februari 2005 is onvoldoende bewijs dat appellante over voldoende middelen beschikte, waardoor het besluit tot intrekking op ondeugdelijke gronden berust en vernietigd wordt. De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het de intrekking vanaf november 2004 betreft, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte in stand.
De Raad wijst het verzoek tot schadevergoeding af en veroordeelt het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor zover het de intrekking vanaf 1 november 2004 betreft.