ECLI:NL:CRVB:2008:BC5002

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-302 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning wettelijke rente en proceskosten bij intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een WAO-uitkering. Vervolgens trok zij het hoger beroep in en verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van schade en proceskosten. Het UWV erkende dat het geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen met een nieuwe beslissing op bezwaar.

De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Awb bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten. De Raad wees het verzoek toe voor vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en stelde de proceskosten vast op €322,- voor verleende rechtsbijstand.

Daarnaast werd vergoeding van een nota van een huisarts voor schriftelijke medische informatie toegewezen. Vergoeding van griffierecht in hoger beroep dient appellante rechtstreeks bij het UWV te vorderen. De uitspraak werd gedaan door D.J. van der Vos op 22 februari 2008.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

06/302 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 december 2005, 05/779
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 22 februari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. E.R. Lambooy, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 11 januari 2008 heeft mr. Lambooy, voornoemd, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de schade alsmede te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht
(hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 januari 2008 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995, 314.
Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure in beroep dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
Met betrekking tot de namens appellante gevorderde vergoeding van de eigen bijdrage uit hoofde van de verleende toevoeging overweegt de Raad dat in de bijlage bij het Bpb, waarbij een limitatieve opsomming is gegeven van proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden gegeven, niet in een vergoeding van de in verband met een afgegeven toevoeging te betalen bijdrage wordt voorzien.
Ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van de nota van M. Buikman, huisarts, ten bedrage van € 36,80 voor het verstrekken van schriftelijke medische informatie is de Raad van oordeel dat dit voor toewijzing in aanmerking komt.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden. Het griffierecht in eerste aanleg dient op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van renteschade als hiervoor is aangegeven;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 358,80, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S. Sweep als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2008.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) S. Sweep.
CVG