ECLI:NL:CRVB:2008:BC4925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens ontbreken concreet arbeidsmarktperspectief echtgenote
Appellant en zijn echtgenote dienden een aanvraag in voor bijzondere bijstand in de vorm van een uitkering ineens op grond van de Algemene bijstandswet en de Beleidsregel langdurigheidstoeslag 2003. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af, omdat niet was aangetoond dat de echtgenote op de peildatum 31 december 2002 geen concreet arbeidsmarktperspectief had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de echtgenote niet voldeed aan de voorwaarden voor het ontbreken van een concreet arbeidsmarktperspectief, mede omdat zij geen uitkeringsgerechtigde was en niet viel onder de uitzonderingsgronden in de Beleidsregel. Tevens was er geen bewijs dat zij door zorg voor een gehandicapte zoon verhinderd was arbeid te aanvaarden.
Het College had het bezwaar terecht gekwalificeerd als kennelijk ongegrond, zodat het horen van appellant achterwege kon blijven. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat de echtgenote van appellant geen concreet arbeidsmarktperspectief had op de peildatum.