ECLI:NL:CRVB:2008:BC4629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig verstrekken gegevens niet terecht
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd verplicht om gegevens te verstrekken over zijn sollicitaties. Ondanks meerdere uitnodigingen verscheen hij niet en verstrekte hij de gevraagde informatie niet tijdig. Het Dagelijks Bestuur schortte de bijstand op en trok deze uiteindelijk in met ingang van 30 juni 2005. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant zich in een faillissementssituatie bevond waarbij zijn post via de curator liep. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat hij het opschortingsbesluit niet tijdig had ontvangen. Gezien het verstrekkende karakter van het intrekkingsbesluit mocht deze onzekerheid niet in het nadeel van appellant werken.
Daarom was niet aannemelijk dat appellant verwijtbaar had nagelaten de gevraagde gegevens tijdig te verstrekken. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het Dagelijks Bestuur een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het Dagelijks Bestuur veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd omdat appellant niet verwijtbaar tekort is geschoten in het tijdig verstrekken van gegevens.