ECLI:NL:CRVB:2008:BC4613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens gedeelde bestaanskosten met thuiswonende zoon
Appellant ontving bijstand volgens de gehuwdennorm. Het College verlaagde deze norm met 6% vanaf 24 augustus 2005, omdat appellant de algemeen noodzakelijke bestaanskosten zou delen met zijn zoon, die als thuiswonend werd aangemerkt en bijstand ontving als alleenstaande.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze verlaging ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat om aan te nemen dat de zoon daadwerkelijk bij appellant woonde. De toekenning van bijstand aan de zoon als thuiswonend is niet doorslaggevend.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College, en bepaalt dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het College moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.