ECLI:NL:CRVB:2008:BC4517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij arbeidsongeschiktheidsbesluit
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een arbeidsongeschiktheidsbesluit van het UWV. Het UWV heeft vervolgens bij besluit van 17 december 2007 tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant door hem ongewijzigd voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt te achten met ingang van 25 oktober 2004.
Hierdoor is het belang van appellant bij een beoordeling van het eerdere besluit van 11 augustus 2005 komen te vervallen, omdat het nieuwe besluit in zijn voordeel is. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang.
De Raad oordeelt verder over de proceskosten: hoewel de rechtbank al eerder over proceskosten had beslist, worden de in hoger beroep gemaakte kosten van appellant redelijk geacht en veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van €644,- aan appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht van €103,- aan appellant vergoed.
De Raad bepaalt dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft en spreekt de uitspraak uit op 13 februari 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.