ECLI:NL:CRVB:2008:BC4482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens niet tijdig verlengen inschrijving bij CWI
Appellant werd op 1 maart 2004 werkloos en schreef zich op 9 maart 2004 in bij het CWI met een inschrijving geldig tot 9 april 2004, die verlengd had moeten worden. Het UWV kende aanvankelijk geen WW-uitkering toe, maar verleende deze later ongekort vanaf 1 maart 2004. Vervolgens legde het UWV op 6 januari 2006 een maatregel op van 20% korting gedurende 52 weken wegens het niet tijdig verlengen van de inschrijving.
De rechtbank vernietigde het besluit deels en beperkte de maatregel tot de periode van 24 augustus 2004 tot 7 april 2005, omdat appellant over de eerdere periode al een waarschuwing had gekregen. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij op 9 april 2004 aanwezig was bij een vervolgafspraak bij het CWI en dacht dat daarmee zijn inschrijving verlengd was. Ook stelde hij dat een medewerker van het UWV hem een latere verlengingsdatum had genoemd.
De Raad oordeelde dat appellant voldoende duidelijk had kunnen zijn dat hij zelf de inschrijving moest verlengen, zoals ook vermeld stond op het bewijs van inschrijving en in de folder van het CWI. De Raad achtte aannemelijk dat appellant zijn inschrijving niet had verlengd en verwierp de stelling over de mededeling van het UWV als niet geloofwaardig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 20% op de WW-uitkering wegens het niet tijdig verlengen van de inschrijving bij het CWI.