ECLI:NL:CRVB:2008:BC4308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en eervol ontslag wegens ongeschiktheid senior gerechtssecretaris
Appellante was werkzaam als senior gerechtssecretaris bij de rechtbank ’s-Gravenhage en werd negatief beoordeeld op haar functioneren. Naar aanleiding hiervan verleende het bestuur haar eervol ontslag wegens ongeschiktheid, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de procedurele tekortkomingen die appellante aanvoerde niet van zodanig gewicht waren dat zij het besluit onrechtmatig maakten. Ook werd geoordeeld dat het bestuur voldoende inspanningen had geleverd om appellante te herplaatsen, hoewel geen wettelijke verplichting tot herplaatsingsonderzoek bestond.
De Raad vond dat appellante sinds eind 2001 op de hoogte was van de kritiek op haar functioneren en dat de geboden termijn voor verbetering, mede gezien haar ervaring, voldoende was. Uit verklaringen van begeleidende rechters bleek dat zij collegiaal was maar niet voldeed aan het vereiste niveau. Het bestuur kon daarom terecht gebruikmaken van de ontslagbevoegdheid. De motiveringen van het bestuur en de rechtbank werden als voldoende en deugdelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het eervol ontslag wegens ongeschiktheid wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.