ECLI:NL:CRVB:2008:BC4044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die het beroep tegen de weigering van een WAO-uitkering ongegrond verklaarde. Het Uwv had op bezwaar geweigerd appellant met ingang van 7 oktober 2003 een WAO-uitkering toe te kennen omdat hij medisch geschikt werd geacht voor zijn eigen werk.
De rechtbank baseerde zich op rapportages van verzekeringsartsen en medische informatie, waaronder psychiatrische expertise, en concludeerde dat de hoofdpijnklachten van appellant niet medisch objectiveerbaar waren en hij geschikt was voor zijn functie als hoofd logistiek. In hoger beroep bracht appellant aanvullende medische informatie in, waaronder rapporten van een neuroloog, neurochirurg en een expertise van Kemperman.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze nieuwe informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Het rapport van Kemperman bevestigde een psychiatrisch toestandsbeeld in 2004 maar sprak zich niet uit over de datum in geschil (7 oktober 2003) en vond appellant beperkt voor teveel werkdruk, verenigbaar met de Functionele Mogelijkheden Lijst. Lichamelijk was sprake van een stabiele situatie. Het beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens geschiktheid voor het eigen werk.