ECLI:NL:CRVB:2008:BC3955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht verhoging WW-dagloon door UWV
Appellant, werkzaam in de sector Bouwnijverheid, verzocht het UWV om herziening van zijn WW-dagloon met terugwerkende kracht vanwege een fout in de dagloonvaststelling veroorzaakt door het niet meenemen van vroegpensioenpremies. Het UWV verhoogde het dagloon slechts vanaf de datum van het verzoek en wees terugwerkende herziening af. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het feit dat het UWV in het verleden het dagloon onjuist heeft vastgesteld, geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De Raad vindt dat het UWV een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt door alleen lopende uitkeringen vanaf het verzoek te herzien.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en op beleid in vergelijkbare zaken slaagt niet, omdat geen gelijke gevallen zijn vastgesteld en het UWV in andere situaties wel direct correct heeft gehandeld. Ook het argument dat de fout niet kenbaar was, leidt niet tot een andere uitkomst. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd het WW-dagloon met terugwerkende kracht te verhogen.