ECLI:NL:CRVB:2008:BC3952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde AOW-toeslag over 2000 en 2001
Appellant ontving een toeslag op zijn ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) omdat zijn partner de pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde later vast dat het inkomen van zijn partner te hoog was, waardoor appellant geen of slechts gedeeltelijk recht had op toeslag over de jaren 1999, 2000 en 2001.
De Svb herzag de toeslag en vorderde terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen. Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze terugvorderingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de terugvordering over 1999 was voldaan, maar dat de vordering over 2000 en 2001 terecht was.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat de terugvordering van € 9.810,52 over 2000 en 2001 losstaat van de eerdere terugvordering over 1999. De Raad bevestigt dat appellant geen recht had op toeslag over deze jaren en dat de terugvordering terecht is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van onverschuldigde toeslag over 2000 en 2001 bevestigd.