ECLI:NL:CRVB:2008:BC3938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, kreeg een WW-uitkering met een vastgesteld dagloon van €131,77. Na ontdekking van een onjuiste dagloonvaststelling verzocht appellant om herziening met terugwerkende kracht, wat door het UWV en later door de rechtbank werd afgewezen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze afwijzing.
De Raad oordeelt dat de fout in de dagloonvaststelling geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro, en dat het UWV een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt door herziening alleen toe te passen vanaf het moment van het verzoek. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en discriminatie slaagt niet, omdat geen gelijke gevallen zijn vastgesteld en het beleid consistent is toegepast.
De Raad benadrukt dat appellant en anderen de mogelijkheid hadden rechtsmiddelen te gebruiken tegen de oorspronkelijke vaststelling, en dat de onduidelijkheid in motivering aanleiding had kunnen zijn voor navraag of bezwaar. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van het WW-dagloon met terugwerkende kracht wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.