ECLI:NL:CRVB:2008:BC3790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1986 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Het College vermoedde dat zij samenwoonde met de vader van haar kind en startte een onderzoek, inclusief huisbezoek en verklaringen. Uit het onderzoek bleek dat zij gezamenlijk hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning, ondanks het aanhouden van aparte adressen.
Op grond van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de WWB werd een gezamenlijke huishouding vermoed vanwege het gezamenlijke kind en het gedeelde hoofdverblijf. Appellante had dit niet gemeld, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond. Het College herzag en beperkte de bijstand met terugwerkende kracht en vorderde teveel ontvangen bedragen terug.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot herziening en terugvordering en dat het beleid niet onredelijk was toegepast. Appellante slaagde niet in haar verweer en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding worden bevestigd.