ECLI:NL:CRVB:2008:BC3764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige voorbereiding van verlaging WAO-uitkering zonder psychiatrisch onderzoek
Betrokkene ontving sinds 1975 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, aanvankelijk gebaseerd op lichamelijke klachten en epilepsie. In 1999 besloot het UWV de uitkering te herzien en te verlagen naar 0% arbeidsongeschiktheid, waarna betrokkene bezwaar maakte. Na aanvullend onderzoek werd de uitkering herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid omdat geen psychiatrisch onderzoek was verricht, terwijl een deskundige had aangegeven dat een dergelijk onderzoek noodzakelijk was om de psychische toestand en beperkingen van betrokkene goed te beoordelen. Het UWV betwistte dit in hoger beroep, stellende dat er geen indicatie was voor psychiatrisch onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat er in het verleden sprake was geweest van ernstige psychische klachten en dat de deskundige terecht had geconcludeerd dat een psychiatrische expertise noodzakelijk was. De Raad vond dat bij een herziening van een langdurige WAO-uitkering geen twijfel mocht bestaan over de medische grondslag en bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene en legde griffierechten op. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering is onzorgvuldig voorbereid zonder psychiatrisch onderzoek.