ECLI:NL:CRVB:2008:BC3732

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-5328 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 26 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringenArt. 22 Verdrag sociale zekerheid Nederland-Marokko
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in Marokko op 7 maart 2004. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze uitkering toe te kennen omdat de echtgenoot niet verzekerd was onder de ANW ten tijde van zijn overlijden. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond.

In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad stelde vast dat de echtgenoot woonachtig was in Marokko en niet meer werkzaam was in Nederland, waardoor hij niet verzekerd was onder artikel 13 van Pro de ANW. Ook was niet gebleken dat hij gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering na het vervallen van artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen per 1 januari 2000.

Verder stelde de Raad vast dat appellante niet had betwist dat haar echtgenoot niet verzekerd was onder de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van het bilaterale verdrag tussen Nederland en Marokko geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering kon worden gemaakt. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was onder de ANW ten tijde van zijn overlijden.

Uitspraak

06/5328 ANW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 augustus 2006, 05/1272 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 17 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft geen verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2007. Appellante is - met bericht - niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Appellante woont in Marokko en is gehuwd geweest met de heer [B.]. De echtgenoot van appellante ontving een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Op 7 maart 2004 is hij in Marokko overleden. Vervolgens heeft appellante aan de Svb verzocht een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen.
Bij het besluit op bezwaar van 7 februari 2005 heeft de Svb zijn besluit van 8 april 2004 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet (vrijwillig) verzekerd was voor de ANW.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 7 februari 2005 ongegrond verklaard.
Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de Svb terecht heeft geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de ANW.
Ingevolge artikel 13 van Pro de ANW is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer werkzaam was in Nederland, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd.
Voorts was op grond van artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen van 24 december 1998, Stb. 746, zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2000, kort samengevat, ook verzekerd krachtens de volksverzekeringen degene die buiten Nederland is gaan wonen en op de dag van vertrek een bepaalde Nederlandse uitkering, zoals bijvoorbeeld een ouderdomspensioen krachtens de AOW, ontving ter hoogte van ten minste een nader omschreven bedrag per maand. Deze bepaling is met ingang van 1 januari 2000 vervallen. Personen, zoals de echtgenoot van appellante, die tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd waren krachtens de volksverzekeringen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich vanaf 1 januari 2000 vrijwillig te verzekeren krachtens onder meer de ANW. Niet is gebleken dat de echtgenoot van appellante van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. Dit betekent dat de echtgenoot van appellante op 7 maart 2004 niet meer verzekerd was krachtens de ANW, zodat geen aanspraak kan bestaan op een nabestaandenuitkering krachtens die wet.
Tot slot stelt de Raad vast dat door appellante niet is betwist dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 22 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering kan bestaan.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en H.J. Simon en H.J. de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2008.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) A.C. Palmboom.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.
TG
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M. le maître T.L. de Vries en présence des maîtres H.J. Simon et H.J. de Mooij en présence de A.C. Palmboom en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 17 janvier 2008.
(signé.) T.L. de Vries.
(signé.) A.C. Palmboom.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour intro duire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe