ECLI:NL:CRVB:2008:BC3695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over pseudopremies en toepasselijkheid communautair recht op wachtgeld grensarbeider
Appellant, een voormalig ambtenaar die sinds 1982 in België woont en als grensarbeider in Nederland werkte, kreeg na ontslag in 1995 een Belgische werkloosheidsuitkering en aanvullend wachtgeld vanuit Nederland. De minister hield pseudopremies in op dit wachtgeld, gebaseerd op de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP (Wet FVP). Appellant verzocht om restitutie van deze premies, wat werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit van de minister over de periode vanaf 26 april 2000, omdat Nederland bevoegd zou zijn premies te heffen volgens artikel 71bis van Verordening (EEG) nr. 1408/71.
In hoger beroep betoogde appellant dat artikel 71bis niet op hem van toepassing is, omdat hij werkloos werd vóór de inwerkingtreding van deze bepaling en dat het wachtgeld een bovenwettelijke uitkering is. De Raad oordeelde dat appellant vanaf 1995 onder de Belgische wetgeving viel en dat Nederland niet bevoegd was premies te heffen. De Raad stelde vast dat de pseudopremies niet kwalificeren als sociale zekerheidsbijdragen, omdat zij niet bestemd zijn voor financiering van het sociale zekerheidsstelsel, maar bedoeld waren als overgangsmaatregel.
Daarom is er geen strijd met communautair recht en is het besluit van de minister om pseudopremies in te houden op het wachtgeld rechtmatig. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zij het op andere gronden, en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.