ECLI:NL:CRVB:2008:BC3308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende sollicitatieactiviteiten leidt tot maatregel verlaging WW-uitkering
Betrokkene was sinds januari 2003 in dienst als onderhoudsschilder en kreeg ontslag per 9 januari 2006 wegens gebrek aan opdrachten. Hij vroeg vanaf die datum een WW-uitkering aan. Appellant legde een maatregel op wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten voorafgaand aan de werkloosheid, met een verlaging van de uitkering met 20% voor 16 weken. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, oordeelde dat er geen passend aanbod van arbeid was en dat appellant nader onderzoek had moeten doen.
In hoger beroep betwistte appellant dit oordeel en stelde dat betrokkene zich had moeten inschrijven bij uitzendbureaus of open sollicitaties had moeten verrichten. De Raad overwoog dat het informeren bij verfleveranciers geen concrete sollicitatieactiviteit is en dat betrokkene vanaf 29 november 2005 voldoende tijd had om actief naar passend werk te zoeken.
De Raad concludeerde dat betrokkene de sollicitatieplicht niet is nagekomen en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Daarmee vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en bevestigde de maatregel van appellant. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de maatregel verlaging WW-uitkering blijft van kracht.