ECLI:NL:CRVB:2008:BC3284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door niet verlengen contract na weekendweigering
Appellante was werkzaam als schoonmaakmedewerker op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die per 1 oktober 2005 niet werd verlengd. Het UWV weigerde haar WW-uitkering blijvend geheel omdat zij verwijtbaar werkloos is geworden door niet meer in het weekend te willen werken, hetgeen zij had kunnen weten dat dit tot ontslag zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de werkgever de intentie had om het contract te verlengen, maar dat de problemen rond weekendwerk de reden waren om hiervan af te zien. Appellante had onvoldoende tegenbewijs geleverd en had contact moeten opnemen bij onduidelijkheid, wat zij naliet.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het contract niet verlengd werd vanwege uitbesteding en dat zij altijd bereid was weekendwerk te verrichten. De Raad stelde vast dat het niet verlengen was ingegeven door haar weigering weekendwerk, bevestigd door consistente verklaringen van de werkgever. Appellante stelde slechts ontkenningen zonder onderbouwing.
De Raad concludeerde dat appellante haar verplichting om passend werk te behouden niet is nagekomen en dat het UWV terecht de WW-uitkering heeft geweigerd. Er waren geen omstandigheden die verminderde verwijtbaarheid rechtvaardigen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.