ECLI:NL:CRVB:2008:BC3274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag en ontslag
Appellant was werkzaam als callcenter medewerker op basis van een tijdelijk contract dat niet werd verlengd vanwege verwijtbaar gedrag, waaronder het niet tijdig melden van afwezigheid en het uiten van bedreigingen aan de directie. Het UWV weigerde de WW-uitkering blijvend geheel omdat appellant had kunnen weten dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het niet verlengen van het contract voornamelijk het gevolg was van het verwijtbare gedrag van appellant. De rechtbank hechtte meer waarde aan verklaringen van getuigen en de schriftelijke waarschuwingen dan aan de betwisting van appellant. Ook werden zijn klachten over discriminatie en pesterijen verworpen omdat deze niet afdoen aan zijn verwijtbaarheid.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad vond geen nieuwe feiten of argumenten die tot een ander oordeel konden leiden en bevestigde de weigering van de WW-uitkering. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt terecht blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbaar gedrag van appellant.