ECLI:NL:CRVB:2008:BC3098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO wegens onvoldoende rekening houden met hand- en vingerbeperkingen
Appellante, die een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit waarin haar beperkingen waren vastgesteld zonder rekening te houden met haar hand- en vingerklachten. Tijdens de bezwaarprocedure en hoorzitting gaf zij aan dat haar klachten waren toegenomen, maar medisch onderzoek naar deze klachten bleef uit. Het UWV stelde dat de beperkingen pas vanaf de ziekmelding in december 2004 relevant waren en dat daarvoor geen objectieve medische oorzaak was vastgesteld.
De Raad stelde vast dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) geen beperkingen voor hand- en vingergebruik waren opgenomen, terwijl appellante zelf had aangegeven dat deze beperkingen waren toegenomen. Het ontbreken van gericht medisch onderzoek naar deze klachten leidde tot twijfel over de juistheid van de vastgestelde beperkingen. Omdat het UWV deze twijfel zelf had veroorzaakt door het nalaten van onderzoek, mocht dit niet ten nadele van appellante werken.
De Raad concludeerde dat de functionele mogelijkheden van appellante ten onrechte niet als beperkt waren weergegeven in de FML en dat de geduide functies per 14 november 2004 ongeschikt waren. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende rekening houden met beperkingen in hand- en vingergebruik.