ECLI:NL:CRVB:2008:BC2889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnoverschrijding bezwaar intrekking bijstandsuitkering zelfstandige
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf op 5 oktober 2005 door dat hij een eigen rijschool was gestart, waarna de bijstand kon worden beëindigd. Appellant stuurde op 11 oktober 2005 een brief waarin werd meegedeeld dat het recht op bijstand met ingang van 4 mei 2004 was beëindigd. Betrokkene maakte op 12 januari 2006 bezwaar tegen deze intrekking, stellende dat hij pas sinds 4 oktober 2005 als zelfstandige werkzaam was.
Het bezwaar werd op 28 februari 2006 niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief van 30 december 2005 als informatieve mededeling werd gezien waartegen geen bezwaar mogelijk was. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de brief van 30 december 2005 als besluit moest worden aangemerkt. Appellant stelde zich hiertegen in hoger beroep.
De Raad volgt appellant en stelt dat het besluit tot intrekking reeds in de brief van 11 oktober 2005 is genomen. De brief van 30 december 2005 is slechts informatief en roept geen nieuwe rechtsgevolgen in het leven. Het bezwaar van betrokkene was te laat ingediend, maar de Raad acht de termijnoverschrijding verschoonbaar vanwege de verwarring door de brieven en het feit dat betrokkene zelf om stopzetting had verzocht. Daarom moet het beroep gegrond worden verklaard, het besluit van 28 februari 2006 worden vernietigd en moet appellant een nieuwe beslissing nemen op het bezwaar. Tevens wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 28 februari 2006 vernietigd en appellant moet een nieuwe beslissing nemen op het bezwaar.