ECLI:NL:CRVB:2008:BC2821

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6917 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens overschrijding belastbaarheid bij voorgehouden functie

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen na afloop van de wettelijke wachttijd. De grondslag van het besluit is dat appellante vanwege medische redenen haar oorspronkelijke werk als supermarktcaissière niet meer kan verrichten, maar met gangbare arbeid, zoals de voorgehouden functie van parkeercontroleur, net iets meer kan verdienen dan 85% van het geïndexeerde loon.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat appellante belastbaar is voor de voorgehouden functie. In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of de belasting van de functie van parkeercontroleur de belastbaarheid van appellante overschrijdt. De Raad concludeert dat de belasting binnen de vastgestelde belastbaarheid blijft en ziet geen aanleiding voor verder overleg tussen de arbeidsdeskundige en de verzekeringsarts.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 11 januari 2008.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de belastbaarheid van appellante voor de voorgehouden functie niet wordt overschreden.

Uitspraak

05/6917 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 oktober 2005, 05/1198 (hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak:11 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.H. Samama, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 juni 2007. Namens appellante is daar mr. Samama verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
W.L.J. Weltevrede.
De Raad heeft besloten het onderzoek te heropenen. Desgevraagd heeft het Uwv een nadere toelichting op het ingenomen standpunt gegeven. Hierop is van de zijde van appellante schriftelijk gereageerd. Dat heeft geleid tot een schriftelijk commentaar van het Uwv. De daarop door mr. Samama gegeven reactie, heeft het Uwv aanleiding gegeven tot zijn brief van 15 oktober 2007.
De zaak is andermaal behandeld ter zitting van 30 november 2007. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidende beroep is gericht tegen het besluit van 20 januari 2005. Daarbij is gehandhaafd het besluit van 28 mei 2004 tot de weigering om aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen na afloop van de wettelijke wachttijd per 12 januari 2004. Hieraan ligt ten grondslag dat appellante weliswaar om medische redenen niet langer haar werk als supermarktcaissière kan verrichten, maar met gangbare arbeid (net) iets meer kan verdienen dan 85% van het geïndexeerde loon als caissière.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
De Raad gaat uit van de feiten zoals de rechtbank deze heeft vastgesteld. Partijen hebben de juistheid hiervan ook niet bestreden.
In hoger beroep spitst het geding zich toe op de vraag of de belasting in de appellante als voorbeeld voorgehouden functie van parkeercontroleur op het aspect torderen de belastbaarheid van appellante overschrijdt.
De Raad acht zich voldoende overtuigd door de door het Uwv in zijn brief van
11 september 2007 gegeven toelichting, te weten dat de belasting op dat aspect blijft binnen de door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid. Anders dan appellante ziet de Raad geen reden voor verdergaand overleg hierover tussen de arbeidsdeskundige en de verzekeringsarts.
Het hoger beroep slaagt daarom niet.
De Raad ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en
J. Riphagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) W.R. de Vries.
HS