ECLI:NL:CRVB:2008:BC2453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek maatregel bijstandsuitkering
Appellante diende een aanvraag bijstand in en kreeg een maatregel opgelegd wegens onvoldoende besef van verantwoordelijkheid bij de verdeling van overwaarde van de voormalige echtelijke woning. Zij betwistte de maatregel en verzocht om herziening, stellende dat zij niet meer had kunnen opeisen dan zij had gedaan en dat het besluit evident onjuist was.
De Raad oordeelt dat het verzoek tot herziening niet kan slagen omdat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De feiten omtrent de verdeling van de woning waren reeds bekend bij de oorspronkelijke aanvraag. Het bestuursorgaan mocht het verzoek afwijzen zonder heroverweging.
Appellante voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, maar kon dit niet onderbouwen met objectieve gegevens. De Raad concludeert dat het College geen onrechtmatige verwachtingen heeft gewekt.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de maatregel bijstandsuitkering wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.