ECLI:NL:CRVB:2008:BC2213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering nabestaandenuitkering op grond van ANW wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die op het moment van overlijden niet meer verplicht verzekerd was. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de verzekeringsplicht per 1 januari 2000 was beëindigd en de echtgenoot niet vrijwillig verzekerd was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de beëindiging van de verplichte verzekering in strijd was met het vertrouwensbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, en dat de weigering van de uitkering in strijd was met internationale verdragen. De Raad overwoog dat de beëindiging van de verzekering niet in strijd was met internationale bepalingen en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde omdat niet was gebleken dat de echtgenoot niet was geïnformeerd over het einde van de verzekering en de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering.
De Raad stelde vast dat de procedure langer dan vijfeneenhalf jaar had geduurd, waardoor de redelijke termijn was overschreden. De overschrijding was mede te wijten aan de Svb, waardoor appellante onredelijk lang was afgehouden van toegang tot de rechter. De Raad vernietigde het bestreden besluit, stelde de rechtsgevolgen daarvan in stand, kende een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe en veroordeelde de Svb tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en appellante ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.000.