ECLI:NL:CRVB:2008:BC2192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening WAO-uitkering wegens juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, werkzaam als lasser/constructiebankwerker, meldde zich ziek wegens rugklachten en ontving vanaf juni 1999 een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. De Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) herzag deze uitkering per 24 februari 2003 naar 55-65%. Betrokkene stelde dat zijn medische beperkingen onderschat waren en dat hij niet geschikt was voor de geselecteerde functies.
De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het herzieningsbesluit, mede op basis van een medisch deskundigenrapport. De appellant stelde in hoger beroep dat het oordeel van de rechtbank niet gevolgd kon worden omdat het niet op objectieve onderzoeksbevindingen was gebaseerd. De Centrale Raad van Beroep schakelde een onafhankelijke orthopedisch chirurg in, die betrokkene onderzocht en concludeerde dat de beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst medisch juist waren vastgesteld en dat betrokkene medisch in staat was tot de verrichting van de geselecteerde functies.
De Raad constateerde dat de rechtbank de zaak onrechtmatig buiten zitting had afgedaan zonder nieuwe toestemming na ontvangst van aanvullende stukken, wat in strijd was met artikel 8:57 van Pro de Awb. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Raad vernietigde ook het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De appellant werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.