ECLI:NL:CRVB:2008:BC2182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per 9 december 2004 in te trekken. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens gebreken in het ondersteunend beoordelingssysteem, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV. De verzekeringsarts stelde een depressief beeld deels in remissie vast, met verminderde psychische belastbaarheid en vermoeidheidsklachten, maar appellante leverde geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel zouden leiden. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de belastbaarheid van appellante toereikend was voor drie functies uit het CBBS.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit, ondanks eerdere onvolkomenheden, voldoende onderbouwd is in de hoger beroepsfase. De grieven van appellante met betrekking tot medisch rapportage en psychosociale aspecten worden verworpen. De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.