ECLI:NL:CRVB:2008:BC2154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding na bezwaar en hoger beroep inzake WAO-uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank over de herziening van de WAO-uitkering van betrokkene. De rechtbank had het besluit van 5 december 2005 vernietigd omdat de regeling van de maximering van de urenomvang in het Schattingsbesluit 2004 geen verbindende kracht zou hebben.
Tijdens het hoger beroep heeft appellant het bezwaar alsnog gegrond verklaard en de WAO-uitkering ongewijzigd voortgezet voor een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Betrokkene was het eens met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid, maar niet met de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant het eerdere oordeel niet meer bestrijdt. Ten aanzien van de proceskostenvergoeding stelt de Raad vast dat geen hoorzitting heeft plaatsgevonden en dat geen extra kosten zijn aangetoond die vergoeding rechtvaardigen. De Raad verklaart het beroep tegen de proceskostenvergoeding ongegrond, maar veroordeelt appellant tot betaling van €644 aan proceskosten voor rechtsbijstand in hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 januari 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en de proceskostenvergoeding van €644 is toegekend.