ECLI:NL:CRVB:2008:BC1942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-beperkingen met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant, voormalig huisvuilbelader, kreeg per 17 september 2002 een WAO-uitkering toegekend wegens rug- en knieklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2004 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast die werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het UWV selecteerde daarop functies die appellant zou kunnen vervullen en besloot zijn uitkering per 8 februari 2005 in te trekken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep stelde appellant dat het UWV de beperkingen onderschatte en dat de geselecteerde functies zwaardere eisen stelden dan zijn mogelijkheden toelieten. De Raad concludeerde dat de medische gegevens en arbeidskundige rapporten onvoldoende basis boden voor deze stelling en bevestigde het oordeel van de verzekeringsartsen.
Echter, omdat de arbeidskundige toelichting pas na het bestreden besluit was verstrekt en daardoor onvoldoende inzichtelijk was bij het besluit, vernietigde de Raad het besluit, terwijl de rechtsgevolgen daarvan in stand bleven. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.