ECLI:NL:CRVB:2008:BC1766

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5065 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om een WAO-uitkering te weigeren per 22 oktober 2003, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat bij de beoordeling van zijn beperkingen onvoldoende rekening was gehouden met zijn rugklachten, waardoor de vastgestelde belastbaarheid onzorgvuldig zou zijn.

De Centrale Raad van Beroep hechtte, net als de rechtbank, doorslaggevende waarde aan de rapportages van de verzekeringsartsen die na onderzoek vaststelden dat de rugfunctie goed was en er geen aanwijzingen waren voor radiculaire prikkeling. Omdat appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd die een onderschatting van zijn beperkingen aannemelijk maakten, werd de medische grondslag van het besluit als juist aanvaard.

De Raad vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en oordeelde dat de vastgestelde belastbaarheid op goede gronden was gebaseerd. De weigering van de WAO-uitkering werd daarom bevestigd. De uitspraak werd gedaan door R.C. Stam, in aanwezigheid van griffier J.E.M.J. Hetharie, op 11 januari 2008.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.

Uitspraak

05/5065 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 juni 2005, 05/245 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H. van der Wal, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2007, waar appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegen-woordigen door W.L.J. Weltevrede.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van 16 december 2004 (bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 19 februari 2004, strekkende tot de weigering van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO) per 22 oktober 2003, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep zijn de eerdere beroepsgronden herhaald. Deze houden -kort samengevat- in dat bij het opstellen van de beperkingen geen rekening is gehouden met de rugklachten van appellant en dat de geduide functies hierdoor onzorgvuldig zijn vastgesteld.
De Raad overweegt als volgt.
Voor wat betreft het medische gedeelte kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. De Raad stelt hierbij vast dat de verzekeringsarts na onderzoek van appellant heeft vastgesteld dat de rugfunctie goed is en dat er geen tekenen zijn die duiden op een radiculaire prikkeling. Nu door appellant geen medische gegevens in geding zijn gebracht, die aanleiding geven voor de veronderstelling dat sprake is van een onderschatting van de beperkingen van appellant, waaronder de rugbeperkingen, concludeert de Raad dat de medische grondslag van het bestreden besluit als juist kan worden aanvaard.
De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat appellant niet in staat is om de in aanmerking genomen arbeid te verrichten. Naar het oordeel van de Raad zijn de mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid genoegzaam gemotiveerd. Vastgesteld kan worden dat de schatting hiermee op goede gronden berust en dat terecht WAO-uitkering aan appellant is geweigerd.
Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.
(get.) R.C. Stam.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.
MH