ECLI:NL:CRVB:2008:BC1732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid functies
Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat het UWV onterecht geen informatie bij haar huisarts had opgevraagd. Zij voerde aan niet geschikt te zijn voor de voorgehouden functies vanwege diverse belastingen en betwistte het opleidingsniveau dat het UWV aan haar toekende.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de omschrijvingen van de functies binnen de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) pasten en appellante in staat was deze functies uit te oefenen op de datum in geding, 18 augustus 2004.
De Raad volgde de rechtbank grotendeels, oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische beoordeling en dat appellante op de datum in geding niet onder behandeling was bij een arts. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat appellante geschikt was voor de functies medewerker pluimveeslachterij, inpakker en laboratoriummedewerker.
Omdat de geschiktheid van deze functies pas bij de rapportage van 27 september 2007 inzichtelijk werd, vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Tevens werden de proceskosten aan appellante toegewezen en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd met handhaving van de rechtsgevolgen.