ECLI:NL:CRVB:2008:BC1478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens niet-naleving sollicitatieplicht en verhoogde maatregel bij recidive
Appellant ontvangt sinds 2003 een WW-uitkering naast een deeltijdbaan als leraar. In 2004 is zijn uitkering twee keer verlaagd wegens het niet voldoen aan de sollicitatieplicht. De eerste verlaging was 20% voor 16 weken, de tweede 30% voor 16 weken vanwege recidive. Appellant voerde aan dat hij door zijn lidmaatschap van de medezeggenschapsraad (MR) urenuitbreiding zou krijgen en daarom niet hoefde te solliciteren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat de sollicitatieplicht geldt tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk maken dat deze niet van toepassing is. De verspreide lesuren boden voldoende mogelijkheden voor sollicitaties, en appellant had ook naar andere passende arbeid moeten zoeken.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende zekerheid had over de urenuitbreiding en dat zijn verklaring geen reden is om de maatregel te matigen. De verhoging van de korting wegens recidive is gerechtvaardigd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 30% voor 16 weken wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten en recidive wordt bevestigd.