ECLI:NL:CRVB:2008:BC1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Terugvordering van als geldlening verstrekte bijstand en verjaring volgens WWB en BW
De zaak betreft het hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die terugvordering van bijzondere bijstand in de vorm van geldleningen had afgewezen wegens verjaring en niet-nakoming van verplichtingen. De bijstand was verleend op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en later de Wet werk en bijstand (WWB).
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de terugvordering van de bijstand verstrekt in 1997 verjaard was. De Raad stelt dat de verjaringstermijn conform artikel 3:307 BW Pro pas begint te lopen vanaf de dag na de mededeling tot opeising, die in dit geval plaatsvond op 16 oktober 2003. De vijfjarige verjaringstermijn was op het moment van terugvordering in 2005 nog niet verstreken.
Voorts oordeelt de Raad dat betrokkene niet heeft voldaan aan de terugbetalingsverplichtingen van de geldleningen uit 1997 en 2000. De gemeente was daarom bevoegd tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro. Het beleid van de gemeente inzake terugvordering wordt niet onredelijk geacht. De Raad wijst het beroep van betrokkene af en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de terugvordering betrof.
De Raad ziet geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten en bevestigt dat de terugvordering van de bijzondere bijstand rechtmatig en tijdig is ingesteld.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijzondere bijstand is rechtmatig.