ECLI:NL:CRVB:2008:BC1102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep werkgever tegen toekenning WAO-uitkering wegens onjuiste bekendmaking besluit
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep van de werkgever tegen een WAO-uitkeringsbesluit niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit op 16 oktober 2003 tijdig had verzonden, waardoor het beroepschrift van 17 februari 2004 te laat was ingediend.
In hoger beroep stelde de werkgever dat het besluit noch door haar noch door haar arts-gemachtigde was ontvangen. De Raad overwoog dat het UWV onvoldoende bewijs had geleverd voor de juiste verzending op 16 oktober 2003. De overgelegde interne uitdraai en datumstempel op de brieven waren ontoereikend.
De Raad stelde vast dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt, zodat de beroepstermijn pas op 9 januari 2004 begon, de dag van ontvangst per fax. Hierdoor was het beroepschrift tijdig ingediend. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van de werkgever voor zowel eerste aanleg als hoger beroep, en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan de werkgever wordt vergoed.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.