ECLI:NL:CRVB:2007:BC1164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- K. Zeilemaker
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1996 algemene bijstand, aanvankelijk als alleenstaande en later als alleenstaande ouder. Het College van burgemeester en wethouders van Venray ontdekte dat appellante vanaf 25 mei 1996 een gezamenlijke huishouding voerde met [P.], zonder dit te melden. Hierdoor werd bijstand ten onrechte toegekend volgens de norm voor alleenstaanden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en trok de bijstand in. Tevens werd een bedrag van ruim €109.000,- teruggevorderd voor de periode waarin onverschuldigde bijstand was verstrekt. Appellante voerde aan dat ook over andere periodes bijstand volgens de gehuwdennorm had moeten worden toegekend, maar kon dit niet onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering op grond van de WWB en dat het College binnen redelijke beleidsregels handelde. Het hoger beroep van appellante werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.