ECLI:NL:CRVB:2007:BC0943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging voorwaardelijk strafontslag ambtenaar wegens strijd met CAO-bepaling
Betrokkene, werkzaam als beveiligingsmedewerker bij het AMC, kreeg op 27 januari 2005 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Dit ontslag werd gebaseerd op eerdere strafbare feiten, waaronder verboden wapenbezit en stalking. Bij besluit van 31 maart 2005 werd het voorwaardelijk ontslag ten uitvoer gelegd. De rechtbank oordeelde dat een van de aan het ontslag verbonden voorwaarden (voorwaarde b) niet verenigbaar was met de CAO-AZ, waardoor het besluit tot tenuitvoerlegging werd vernietigd.
De Raad overweegt dat tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk ontslag slechts mogelijk is bij nieuw plichtsverzuim binnen de proeftijd, wat hier niet het geval was. Het standpunt van appellant dat het voorwaardelijk ontslag kon worden vervangen door een onvoorwaardelijk ontslag wordt verworpen vanwege het ne bis in idem-beginsel en het verbod op reformatio in peius.
Het nieuwe besluit van 14 juni 2007, waarin het voorwaardelijk ontslag werd herroepen en vervangen door een onvoorwaardelijk ontslag, wordt eveneens vernietigd. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt appellant tot vergoeding van proceskosten. Het geschil draait om de juiste toepassing van disciplinaire sancties binnen het ambtenarenrecht en de grenzen van de CAO-bepalingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag en vernietigt het besluit tot onvoorwaardelijk ontslag.