ECLI:NL:CRVB:2007:BC0898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand in opslagkosten na ontruiming woning
Appellanten moesten hun huurwoning in Gulpen-Wittem versneld ontruimen per 1 oktober 2002 door een fout van hun gemachtigde. Ze verbleven tijdelijk in een gemeubileerde vakantiebungalow en hadden een deel van hun inboedel elders opgeslagen. Vanaf 1 augustus 2003 hadden zij een nieuwe huurwoning in Venlo.
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor opslagkosten vanaf 1 augustus 2003. Het College wees dit af omdat de opslagkosten over de periode 1 oktober 2002 tot eind maart 2004 al via een voorschot op schadevergoeding waren gedekt, en vanaf april 2004 geen noodzakelijke kosten meer bestonden omdat zij een woning hadden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de opslagkosten vanaf 1 april 2004 niet als noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden beschouwd, omdat appellanten toen beschikten over een woning. Ook medische omstandigheden boden geen grond voor bijstand. De eerdere schadevergoeding was toereikend en de aanvraag voor bijzondere bijstand terecht geweigerd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand in opslagkosten wordt bevestigd omdat deze kosten niet als noodzakelijk worden aangemerkt en reeds zijn gedekt.