ECLI:NL:CRVB:2007:BC0774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor woonkosten wegens niet tijdig aanvragen huursubsidie
Appellanten moesten hun woning ontruimen en verhuisden meerdere keren, uiteindelijk naar een adres in een andere gemeente. Zij dienden pas op 14 januari 2004 een aanvraag voor huursubsidie in, die met ingang van 1 februari 2004 werd toegekend. Voor de periode van 1 augustus 2003 tot 1 februari 2004 vroegen zij bijzondere bijstand voor woonkosten aan, welke door het College werd afgewezen wegens het niet tijdig aanvragen van de huursubsidie.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellanten voerden aan dat zij dachten dat huursubsidie met terugwerkende kracht kon worden verleend, maar onbekendheid met regelgeving is geen grond voor bijzondere bijstand. Er was geen bewijs van dringende redenen of verwijtbaarheid die het College zouden moeten bewegen anders te beslissen.
De Raad verwijst naar de wettelijke plicht van appellanten zelf om tijdig gebruik te maken van voorliggende voorzieningen zoals huursubsidie en benadrukt dat deze verantwoordelijkheid niet kan worden afgewenteld op het College, ook niet bij verhuizing. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijzondere bijstand bevestigd.