ECLI:NL:CRVB:2007:BC0363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is tegen het besluit van het UWV in hoger beroep gekomen nadat haar WAO-uitkering was ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% per 28 november 2004.
De rechtbank Rotterdam had het beroep tegen de beslissing op bezwaar ongegrond verklaard. Appellante stelde dat het UWV haar medische beperkingen onjuist had ingeschat en dat de rechtbank haar medische oordeel onvoldoende had gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beschikbare medische gegevens voldoende steun boden aan het oordeel van het UWV dat appellante in staat was om de voorgestelde functies te vervullen. De Raad zag geen reden om af te wijken van de eerdere beoordeling of om een deskundige te benoemen.
Ondanks aanvullende medische rapporten van verschillende specialisten had appellante inhoudelijk niet gereageerd op de gemotiveerde reactie van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.