ECLI:NL:CRVB:2007:BC0324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag
Appellant was sinds 1989 werkzaam als produktiemedewerker bij Aluminium Donk B.V. en kreeg op verzoek van de werkgever in 2004 ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. Na een periode van ziektewet ontving appellant een WW-uitkering, die het UWV bij besluit van augustus 2005 blijvend geheel weigerde wegens verwijtbare werkloosheid, omdat appellant met beledigingen en bedreigingen zijn ontslag had veroorzaakt.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit moest vernietigen wegens procedurele tekortkomingen, maar dat de rechtsgevolgen van de weigering in stand konden blijven omdat de feiten voldoende waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat verklaringen over het gesprek in september 2004 onwaar waren en dat zijn gezondheidssituatie in acht had moeten worden genomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn stellingen en dat de medische gegevens reeds bekend waren en meegewogen in het besluit. De Raad bevestigt dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden en dat de WW-uitkering terecht blijvend geheel is geweigerd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.