ECLI:NL:CRVB:2007:BC0078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidspercentage en toekenning schadevergoeding na onjuiste arbeidskundige grondslag WAO-uitkering
Appellante ontving vanaf januari 2004 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering in maart 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar en de rechtbank vernietigde het besluit vanwege een ontoereikende arbeidskundige grondslag, waarna het UWV een nieuw besluit nam met een gewijzigde arbeidskundige onderbouwing en een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% vaststelde.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische beperkingen werden onderschat en dat de gehanteerde functiecode (Sbc-code 315100) onjuist was toegepast. Het UWV erkende dat deze functiecode niet passend was en dat de arbeidsongeschiktheid daarom in de klasse 25 tot 35% moest worden vastgesteld. De Raad bevestigde de medische beoordeling van het UWV en oordeelde dat de arbeidskundige onderbouwing voor de overige functies voldoende was.
De Raad vernietigde het besluit van 21 september 2006 voor zover de arbeidsongeschiktheid op 15 tot 25% werd vastgesteld en herroemde het primaire besluit van maart 2005. De arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35% per 2 mei 2005. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de nabetaling en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De arbeidsongeschiktheid van appellante wordt vastgesteld op 25 tot 35% en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskostenvergoeding.