ECLI:NL:CRVB:2007:BB9719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig naaister, ontving een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na een vijfdejaars herbeoordeling in 2003 concludeerde de verzekeringsarts dat haar medische situatie was verbeterd en dat zij duurzaam benutbare mogelijkheden had, waarna het UWV haar uitkering introk.
De rechtbank vernietigde dit besluit in 2005 vanwege het ontbreken van een lichamelijk onderzoek en het niet inwinnen van recente informatie bij de behandelend psychiater. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit zonder lichamelijk onderzoek, dat door de rechtbank werd vernietigd wegens niet-naleving van haar aanwijzingen.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV in april 2007 een nieuw medisch en lichamelijk onderzoek liet verrichten door Lenders, die geen afwijkingen of beperkingen vond die wijziging van de Functionele Mogelijkheden Lijst rechtvaardigden. De Raad verwierp de bezwaren van appellante tegen de vraagstelling aan de psychiater en bevestigde dat het UWV conform de wettelijke taak de medische beperkingen vaststelt.
De Raad verklaarde het beroep van appellante tegen het nieuwe besluit ongegrond en bevestigde daarmee de intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.