ECLI:NL:CRVB:2007:BB9716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid na ontslag
Appellant, arbeidsongeschikt als gevolg van een ernstig verkeersongeval, was sinds 2000 werkzaam bij Egmond Film & Television B.V. In 2005 vroeg de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan wegens onvoldoende functioneren zonder dagelijkse begeleiding. De CWI weigerde de ontslagvergunning omdat de werkgever op de hoogte was van de beperkingen van appellant.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 november 2005 met een vergoeding. Appellant vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid omdat appellant geen inhoudelijk verweer voerde tegen het ontbindingsverzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet verwijtbaar werkloos is geworden, omdat de kans op succes van een inhoudelijk verweer tegen ontbinding zeer gering was. De Raad vernietigt het besluit van het UWV en beveelt een nieuwe beslissing, waarbij ook proceskosten worden toegewezen aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de weigering van de WW-uitkering en beveelt het UWV tot een nieuwe beslissing.