ECLI:NL:CRVB:2007:BB9702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en vergoeding wettelijke rente en proceskosten
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, per 12 juni 2005 in te trekken. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep gegrond en beval het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Het UWV kwam daarop met een nieuwe beslissing op 18 juni 2007, waarin het bezwaar alsnog werd gehonoreerd en het arbeidsongeschiktheidspercentage onveranderd bleef.
Appellante gaf aan zich te kunnen vinden in deze nieuwe beslissing, maar verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de te laat betaalde uitkering. De Raad stelde vast dat het belang bij beoordeling van het oorspronkelijke besluit was komen te vervallen, maar dat appellante belang behield vanwege het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat het verzoek om vergoeding van wettelijke rente toewijsbaar is en verwees naar eerdere jurisprudentie voor de wijze van berekening. Ten aanzien van de proceskosten werd vastgesteld dat alleen de in hoger beroep gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking komen. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van €322 aan proceskosten en tot vergoeding van het gestorte griffierecht van €106 aan appellante.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten aan appellante en de intrekking van de WAO-uitkering wordt niet gehandhaafd.