ECLI:NL:CRVB:2007:BB9373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 1997 bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij samenwoonde met N. heeft de sociale recherche onderzoek gedaan. Het College van burgemeester en wethouders van Venlo trok de bijstand in voor de periodes 1 oktober 2002 tot 1 januari 2004 en 1 juli 2004 tot 1 september 2004, en vorderde de kosten terug wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond wegens onjuiste wettelijke toepassing, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigt de Raad dat appellante en N. in de eerste periode een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij sprake was van hoofdverblijf en wederzijdse zorg. Ook voor de tweede periode is vastgesteld dat appellante en appellant een gezamenlijke huishouding voerden.
Door het niet melden van deze huishoudens heeft appellante haar inlichtingenplicht geschonden, waardoor de bijstand onterecht werd verleend. Het College handelde rechtmatig en volgens een niet onredelijk beleid. De Raad ziet geen reden om van dit beleid af te wijken en bevestigt de aangevallen uitspraak volledig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.