ECLI:NL:CRVB:2007:BB9367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant ontvangt sinds 1992 bijstand en ontving in februari 2006 een bedrag van €15.000 van zijn verhuurder in het kader van een schikking over beëindiging van de huurovereenkomst. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage trok daarop de bijstand met ingang van 23 februari 2006 in en vorderde de kosten van bijstand over die periode terug, omdat het vermogen van appellant de geldende vermogensgrens overschreed.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat een deel van het ontvangen bedrag een vergoeding voor immateriële schade betrof en daarom niet als vermogen in aanmerking genomen mocht worden. De Raad oordeelde dat uit de schikking en overige gegevens niet blijkt dat een vergoeding voor immateriële schade is toegekend. Het vermogen overschreed derhalve de grens en het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
De Raad stelde vast dat het beroep van appellant niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Ook de terugvordering van de kosten van bijstand over de periode van 23 tot en met 28 februari 2006 werd gegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.