ECLI:NL:CRVB:2007:BB9309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid en recht op WW- en BBWP-uitkering na ontslag politiemedewerker
Appellant was aspirant allround politiemedewerker in opleiding bij de politieregio Utrecht en beëindigde zijn dienstverband op eigen verzoek per 1 april 2003. Hij vroeg WW- en aanvullende BBWP-uitkeringen aan, die werden geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat hij onder druk van de werkgever handelde en dat het ontslag niet verwijtbaar was.
De Raad overweegt dat het ontslagbesluit onherroepelijk is en niet inhoudelijk kan worden getoetst. De ondertekende verklaring van appellant toont aan dat hij zelf ontslag nam, en het feit dat hij de inhoud niet kende, komt voor zijn rekening. De Raad bevestigt dat verwijtbare werkloosheid geldt indien de werknemer zelf ontslag neemt zonder dringende redenen of redelijke zekerheid over vervolgwerk.
Verder stelt de Raad vast dat appellant niet als betrokkene in de zin van het BBWP kan worden aangemerkt omdat zijn ontslag op eigen verzoek is verleend. Daarom is de aanvullende uitkering terecht geweigerd. Het beroep wordt gegrond verklaard om het besluit te vernietigen, maar de rechtsgevolgen van de weigering blijven gehandhaafd. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Appellant is verwijtbaar werkloos geworden door eigen ontslag en heeft geen recht op WW- en BBWP-uitkeringen; het beroep wordt gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen van de weigering blijven in stand.